Media
Pointer’s selectieve slachtofferverhaal: Tijn mag janken, maar de context mag niet
Pointer (KRO-NCRV) toont Tijn de Jong als slachtoffer van online haat, maar laat de rechtszaak met Caroline Franssen en Tijns eigen rol in het conflict weg. Een kritische lezing van selectieve framing bij de publieke omroep.

Op 28 oktober 2026 publiceerde Pointer (KRO-NCRV) een emotioneel stuk over Tijn de Jong: de non-binaire activist en theatermaker die “dagelijks” te maken krijgt met online haat, doodsbedreigingen en uitspraken als “we komen je opzoeken en maken je af”. Tijn past haar gedrag aan, voelt zich onveilig en pleit voor meer voorlichting. Het is klassiek jankjournalistiek: een kwetsbaar individu, een stijgende haatcurve, en de boodschap dat de samenleving harder moet worden aangepakt.
Een dag later volgde de grote reportage De haat tegen trans personen ontrafeld. Daarin wordt “haat” breed gedefinieerd. Niet alleen bedreigingen of scheldpartijen, maar ook uitspraken over biologische sekse (“transvrouw = man”), kritiek op medische transitie bij minderjarigen, of het benoemen van risico’s en comorbiditeit. De data-analyse wijst vooral “anti-transactivisten” aan, met prominente plek voor Caroline Franssen en haar stichting VoorZij. Zij worden neergezet als aanjagers van de haatgolf.
Dat is geen toeval. En het is allerminst neutraal.
Wat Pointer weglaat
Tijn de Jong is geen willekeurige voorbijganger die toevallig online wordt belaagd. Zij is een actieve strijder in het genderdebat. Tijn deelde screenshots van openbare X-posts van Caroline Franssen op LinkedIn, wees gedeelde connecties erop, noemde Franssens standpunten dehumaniserend en stelde dat Franssen geen coach of therapeut zou mogen zijn. Franssen zag dat als een aanval op haar reputatie en broodwinning en spande een kort geding aan wegens smaad. Zij verloor – zowel in eerste aanleg als in hoger beroep. De rechter oordeelde dat Tijns kritiek onder de vrijheid van meningsuiting viel, zeker gezien Franssens eigen scherpe publieke uitspraken.
Die hele voorgeschiedenis ontbreekt volledig in het Pointer-stuk over Tijn. Geen woord over haar eigen rol in het polariseren, geen woord over de rechtszaak die zij won, geen woord over het feit dat zij professionele connecties van een criticus doelbewust benaderde. In plaats daarvan krijgt de lezer een eenzijdig slachtofferverhaal dat naadloos aansluit bij de grotere reportage waarin juist mensen als Franssen als bron van het probleem worden aangewezen.
Het resultaat is een netjes afgestemde framing: de ene kant is puur slachtoffer, de andere kant is haatzaaier. Dat het “slachtoffer” zelf actief meedoet in het conflict en de rechter haar daarin gelijk gaf, past niet in het verhaal en wordt dus weggelaten.
Haat is wat wij zeggen dat het is
Nog problematischer is hoe Pointer “haat” en “desinformatie” definieert. Biologische realiteit (mannen en vrouwen bestaan, geslacht is niet veranderlijk door gevoel of hormonen) wordt in de praktijk als haatdragend behandeld. Kritiek op de snelle medische route voor jongeren, verwijzingen naar de Cass Review of studies over spijt en comorbiditeit worden weggezet als misinformatie. Wie wijst op de spanning tussen vrouwenrechten en self-ID, riskeert het label “transfoob” of “haatzaaier”.
Caroline Franssen diende al voor de uitzending een klacht in bij de ombudsman. De mail die zij van Pointer ontving, kwalificeerde haar uitingen al bij voorbaat als beledigend/haatdragend. Dat is geen open onderzoekshouding. Dat is een oordeel vooraf, gevolgd door een uitnodiging om te reageren op dat oordeel. Wanneer de ander dan niet meewerkt of kritisch blijft, wordt dat in de berichtgeving meegenomen als bevestiging.
Activistische journalistiek in NPO-jasje
Pointer profileert zich als onderzoeksjournalistiek. In deze producties gedraagt het zich meer als verlengstuk van een ideologische positie. De timing is veelzeggend: eerst het persoonlijke emotieverhaal van Tijn, meteen daarna de data-analyse die de “schuldigen” aanwijst. De lezer krijgt geen serieus debat over conflicterende rechten (vrouwen versus self-ID, kinderrechten versus snelle transitie, vrijheid van meningsuiting versus “veiligheid”). Hij krijgt een moreel drama waarin de ene kant alleen maar lijdt en de andere kant de boosdoener is.
Dat is niet neutraal. Dat is selectieve storytelling. En het is precies de reden waarom steeds meer mensen de publieke omroep wantrouwen als het over gender gaat: feiten die niet in het frame passen, worden genegeerd of hergedefinieerd als haat. Wie dat benoemt, is zelf de haatzaaier.
Tijn de Jong mag zich veilig voelen. Dat is vanzelfsprekend. Maar journalistiek die alleen het ene slachtoffer toont en de achtergrond van het conflict systematisch weglaat, is geen journalistiek meer. Het is activisme met een NPO-logo.
Bronnen
Pointer (KRO-NCRV), artikel over Tijn de Jong, 28 oktober 2026, en de reportage De haat tegen trans personen ontrafeld, 29 oktober 2026. Afbeelding: screenshot van het Pointer-artikel.