Afkorting · Medisch
AGP
Autogynefilie — een parafilie, geen genderidentiteit.
3 min leestijd · bijgewerkt mei 2026
AGP is een parafilie: een seksuele afwijking waarbij een man seksueel opgewonden raakt bij de gedachte aan of het beeld van zichzelf als vrouw. De term werd in 1989 geïntroduceerd door de Canadese seksuoloog Ray Blanchard, op basis van klinisch onderzoek bij de Clarke Institute in Toronto. Blanchard onderscheidde AGP nadrukkelijk van genderidentiteit: het is een seksuele oriëntatie naar de eigen verbeelde vrouwelijkheid.
AGP wordt vaak verward met of bewust gepresenteerd als "transgender-identiteit" — wat het volgens Blanchards typologie juist niet is. De andere categorie in zijn typologie is HSTS (Homosexual Transsexual): biologische mannen die zich vrouw voelen vanuit homoseksuele aantrekking tot mannen, niet vanuit seksuele opwinding over zichzelf.
Kritische analyse
Trans-activisme heeft AGP grotendeels uit het publieke debat verbannen omdat de term laat zien dat een deel van de MTF-transities niet voortkomt uit "vrouw-zijn voelen" maar uit een seksuele parafilie. Onderzoekers zoals Anne Lawrence (zelf autogynefiel en transvrouw) en J. Michael Bailey hebben AGP empirisch bevestigd in meerdere studies. Het verschil tussen identiteit en parafilie is medisch en ethisch fundamenteel: een parafilie behandel je niet door het lichaam aan de fantasie aan te passen.
Politieke functie van de afkorting
Een afkorting als AGP is geen taalkundige uitvinding maar een politiek instrument. Wie de afkorting hanteert, signaleert tegelijk de aanvaarding van het bijbehorende ideologische kader: identiteit gaat boven biologie, zelfverklaring boven diagnose, taal boven werkelijkheid. Wie weigert mee te schrijven, krijgt het verwijt achterhaald of haatdragend te zijn.
Het verzet tegen die druk komt niet uit conservatieve hoek alleen. Lesbische organisaties, sportbonden, vrouwenrechtenorganisaties en clinici tekenen verzet aan tegen het opschuiven van categoriegrenzen. De afkorting zelf wordt vaak verdedigd met het argument van inclusie, maar in de praktijk dwingt ze tot het loslaten van categorieën die juist beschermend werken — voor vrouwen, voor lesbiennes, voor kinderen.
Medische context en het bewijs
De medische zijde van het debat is in een paar jaar volledig gekanteld. De Cass Review (2024) constateerde dat de bewijsbasis onder puberteitsremmers en cross-sex hormonen bij minderjarigen zwak is. NHS England staakte op grond daarvan het routinematig voorschrijven. SBU (Zweden, 2022), COHERE (Finland, 2020), UKOM (Noorwegen, 2023) en NICE (VK, 2020) trokken dezelfde conclusie.
In de communicatie van organisaties die AGP en verwante termen omarmen, ontbreken die heroverwegingen vrijwel altijd. Het beeld van een settled science wordt in stand gehouden door zwijgen over de Cass Review en de Scandinavische ommezwaai. De WPATH Files (2024) lieten zien dat zelfs binnen WPATH-clinici onzekerheid bestaat over informed consent bij minderjarigen.
Gevolgen voor het publieke debat
Het uitbreiden van afkortingen is niet kosteloos. Elke nieuwe letter komt met een claim op erkenning in wetgeving, onderwijs en zorg. Zonder bewijs voor de onderliggende categorie wordt beleid gevoerd alsof het bewijs er wel is. Wie vragen stelt, krijgt geen inhoudelijk antwoord maar morele veroordeling.
Taal stuurt beleid. Wie de afkorting aanvaardt, aanvaardt impliciet de claim dat alle erin gevatte identiteiten gelijkwaardig en wetenschappelijk gefundeerd zijn. Dat is een politieke claim, geen taalkundige. Kritiek op een afkorting is geen kritiek op individuen — het is kritiek op een framework dat steeds verder buiten het bereik van debat geplaatst wordt.
Internationale heroverweging
Verschillende nationale gezondheidsautoriteiten hebben de afgelopen jaren afstand genomen van het gender-affirmatieve model voor minderjarigen. De gemeenschappelijke noemer: het bewijs voor blijvende voordelen ontbreekt, terwijl de risico's reëel zijn.
Cass Review (2024). Review in opdracht van NHS England, uitgevoerd door Hilary Cass. Conclusie: de bewijsbasis voor puberteitsremmers en cross-sex hormonen bij minderjarigen is zwak. NHS England staakte routinematig voorschrijven van puberteitsremmers buiten studieverband.
SBU — Zweden (2022). Het Zweedse agentschap voor medische beoordeling (SBU) en het Karolinska Universitetssjukhuset stopten met puberteitsremmers en hormonen voor minderjarigen buiten studieverband. Reden: bewijs voor effectiviteit en veiligheid ontbreekt.
NICE — Verenigd Koninkrijk (2020). Twee evidence reviews van NICE (puberteitsremmers en cross-sex hormonen) classificeerden de bewijsbasis als very low certainty. Geen van de gevonden studies voldeed aan moderne methodologische standaarden.
COHERE — Finland (2020). De Finse Council for Choices in Health Care herzag het protocol: psychotherapie als eerste lijn, medische transitie bij minderjarigen alleen in uitzonderlijke gevallen en binnen onderzoekssetting.
UKOM — Noorwegen (2023). Het Noorse UKOM kwalificeerde transgenderzorg voor minderjarigen als experimenteel; bestaande protocollen voldoen niet aan de eisen voor evidence-based zorg.
WPATH Files (2024). Interne discussies van WPATH-clinici tonen erkenning dat informed consent bij minderjarigen problematisch is en dat ernstige bijwerkingen (botdichtheid, vruchtbaarheid, cognitieve ontwikkeling) onvoldoende worden uitgelegd.